
Bijna iedere beginnende gitarist kent het moment: je kunt een G-akkoord en een C-akkoord los van elkaar netjes spelen, maar zodra je in een liedje van het ene naar het andere moet, valt alles stil. Je vingers zoeken hun plek, het ritme hapert en het nummer is niet meer te herkennen. Dat is heel normaal. Het wisselen van akkoorden is een aparte vaardigheid, en net als alles op de gitaar kun je die gericht oefenen. In dit artikel lees je hoe je dat aanpakt.
Waarom wisselen lastiger is dan het akkoord zelf
Wanneer je een akkoord leert, heb je alle tijd om je vingers één voor één neer te zetten. Tijdens een liedje heb je die tijd niet. Je hand moet de hele vorm in één beweging verplaatsen, terwijl je rechterhand gewoon doorspeelt. Dat vraagt om spiergeheugen: je vingers moeten de vorm kennen zonder dat je erover nadenkt. Dat geheugen bouw je alleen op door de overgang zelf vaak te herhalen, niet door de losse akkoorden steeds opnieuw te spelen.
Zorg er voordat je begint wel voor dat je gitaar goed gestemd is. Een valse gitaar maakt het lastig om te horen of je akkoord schoon klinkt. Lees eventueel eerst hoe je een gitaar stemmen het beste aanpakt.
Begin met twee akkoorden tegelijk
Probeer niet meteen een heel nummer te spelen. Kies twee akkoorden die je vaak tegenkomt, bijvoorbeeld G en C, D en A of Em en Am, en oefen alleen de overgang daartussen. Een handige oefening gaat zo:
- Zet een timer op één minuut.
- Speel het eerste akkoord één keer aan, wissel naar het tweede en speel dat één keer aan.
- Ga zo heen en weer tot de minuut voorbij is en tel hoeveel wissels je hebt gemaakt.
- Schrijf het aantal op en probeer het de volgende dag te verbeteren.
Doordat je je score bijhoudt, zie je na een paar weken zwart op wit dat je vooruitgaat. Dat werkt erg motiverend, juist in de periode waarin het spelen nog niet als muziek klinkt.
Gebruik ankervingers en kijk naar de vorm
Veel overgangen worden makkelijker als je kijkt wat twee akkoorden gemeen hebben. Bij de wissel van C naar Am blijven je wijsvinger en middelvinger bijvoorbeeld op dezelfde plek staan. Alleen je ringvinger verplaatst zich. Laat de vingers die kunnen blijven staan ook echt op de snaren liggen. Zo'n vinger noem je een ankervinger: hij geeft je hand houvast tijdens de wissel.
Andere akkoorden lijken op elkaar qua vorm. Bij Em en Am schuift de vorm van twee vingers één snaar op, en komt er bij Am een vinger bij. Oefen dit soort overgangen door je vingers als groep te verplaatsen in plaats van één voor één. Til ze daarbij niet verder van de toets dan nodig is, want elke centimeter extra kost tijd.
Langzaam, met een vast ritme
Snelheid komt vanzelf, maar alleen als de beweging eerst goed zit. Speel daarom langzaam en gebruik een metronoom of een simpele drumloop. Kies een tempo waarin je de wissel bijna altijd op tijd haalt, en verhoog het pas als dat een paar dagen achter elkaar lukt.
Een belangrijke tip is om je rechterhand nooit te laten stoppen. Als de wissel nog niet helemaal klaar is, sla je de snaren toch aan op de tel. Veel gitaristen spelen op de laatste tel voor een wissel zelfs bewust de open snaren, zodat de linkerhand een fractie eerder kan verplaatsen. In een band of bij het meezingen valt dat nauwelijks op, terwijl een hapering in het ritme direct te horen is.
Maak er een dagelijkse gewoonte van
Je hoeft niet uren te oefenen. Tien minuten per dag gericht op overgangen levert vaak meer op dan één lange sessie in het weekend. Begin je oefenmoment met een paar minuten akkoordwissels, en speel daarna een nummer waarin die akkoorden voorkomen. Zo zie je meteen waarvoor je het doet. Inspiratie voor nummers vind je onder andere op onze pagina over gitaarmuziek.
Merk je dat je vingertoppen pijn doen, neem dan gerust een pauze. Eeltplekken ontstaan in de eerste weken vanzelf, en daarna wordt het een stuk comfortabeler.
Tot slot
Soepel akkoorden wisselen is geen kwestie van talent, maar van slim en regelmatig oefenen. Werk met twee akkoorden tegelijk, gebruik ankervingers, speel langzaam in een vast ritme en houd je vooruitgang bij. Binnen een paar weken merk je dat de overgangen die eerst onmogelijk leken steeds vaker vanzelf gaan, en dan begint het pas echt leuk te worden.